• Zaterdag, 22 November 2014
  • 29 Heshvan, 5775

Likoed Nederland

De twee soorten vluchtelingen van de VN: Palestijnse en gewone

Woensdag, November 24, 2010 / Last Modified: Zondag, Februari 19, 2012

Opinie-artikel van Likoed Nederland, 24 november 2010.

Een ingekorte versie verscheen in het Nederlands Dagblad.

 

Volgens het Hoge Commissariaat voor Vluchtelingen van de Verenigde Naties (Engelse afkorting: de UNHCR) is een vluchteling iemand die “wegens een gegronde vrees voor vervolging zich bevindt buiten het land van zijn nationaliteit.” De UNHCR heeft daarbij tot doel: “vluchtelingen te helpen om terug naar huis te gaan dan wel zich te vestigen in een ander land. De UNHCR wil duurzame oplossingen voor de benarde situatie van vluchtelingen.”

Dit geldt voor alle vluchtelingen, waar ook ter wereld.

Een groep ‘vluchtelingen’ heeft echter veel meer rechten dan welke andere groep vluchtelingen dan ook: de Palestijnse vluchtelingen. Onder Arabische druk gelden voor Palestijnen als enige bevolkingsgroep op de wereld compleet andere regels. Dit om dit ‘vluchtelingenprobleem’ zo groot mogelijk te maken, en zo te gebruiken als politiek wapen tegen de staat Israel.

Voor Palestijnen zijn de volgende uitzonderingen gecreeerd:

  1. De definitie voor een Palestijnse ‘vluchteling’ wijkt als volgt af van bovenstaande definitie die voor alle andere vluchtelingen geldt:
    1. Iemand die zelfs maar één ouder, grootouder of overgrootouder heeft die erkend is als Palestijnse vluchteling, geldt ook als vluchteling. Bij alle andere vluchtelingen op aarde, of dit nu een christen uit Irak betreft of een gezin uit Afghanistan, geldt deze merkwaardige regel niet. Dus waar andere vluchtelingenproblemen slinken, is het aantal Palestijnse ‘vluchtelingen’ al bijna vertienvoudigd en – onvermijdelijk – nog steeds groeiende. Inmiddels is al een derde deel (!) van het totaal aantal wereldwijde vluchtelingen Palestijn.
    2. In afwijking van de normale definitie – dat een vluchteling de nationaliteit moest hebben van het land waar hij uit vluchtte – geldt voor de Palestijnse vluchtelingen dat het genoeg was om minimaal twee jaar in het mandaatgebied Palestina te hebben gewoond. Dus ook de vele Egyptenaren, Bosniers enz. enz. die als gastarbeider naar Palestina waren getrokken vanwege de gunstige economische ontwikkeling en de goede medische voorzieningen, werden ‘Palestijnse’ vluchtelingen.
    3. Ook het criterium dat een vluchteling gevlucht moet zijn voor vervolging is losgelaten voor Palestijnen. De meeste Palestijnen zijn gevlucht zonder een Israelische soldaat gezien te hebben, laat staan vervolgd te zijn.De belangrijkste reden om te vluchten was het ontlopen van de oorlog, zoals geadviseerd door de Arabische leiding. Zo zei de Irakese premier Nuri Said, wiens leger Israel aanviel: “We zullen het land verpletteren met onze kanonnen en alle schuilplaatsen van de Joden vernietigen. De Arabieren moeten daarom hun vrouwen en kinderen naar veilige gebieden brengen tot na de gevechten.”
    4. Bovenstaand criterium dat men “buiten het land van zijn nationaliteit” gevlucht moet zijn om als vluchteling te worden aangemerkt, geldt ook al niet voor Palestijnen. Dus ook de vele Palestijnen die zich in 1948 verplaatsten naar een ander deel van het mandaatgebied Palestina – dat ook de Westbank, Gaza en Jordanie omvatte – werden als vluchteling aangemerkt. Als de gewone definitie van vluchteling was gebruikt, zou alleen op dit criterium ongeveer 80% van de ‘vluchtelingen’ zijn afgevallen.

    Het kon daardoor dus zelfs gebeuren dat iemand die in Gaza geboren was, in Haifa was gaan werken en vanwege de oorlog terug gegaan was naar zijn geboortestad Gaza als ‘vluchteling’ werd erkend. Dit is geen vergezocht voorbeeld. Zoals gesteld trok de voor 1948 door Joden veroorzaakte economische bloei in het kustgebied van het huidige Israel vele Arabieren aan, van binnen en buiten het mandaatgebied Palestina. Het zorgde voor een flinke groei van de Arabische bevolking in Palestina. Dit blijkt uit de grote bevolkingsgroei van de gemengd Joods-Arabische steden. Volgens de volkstellingen van 1922 en 1931 nam de Arabische bevolking in gemengde steden in die slechts negen jaar enorm toe, in Jeruzalem bijvoorbeeld met 37% in Tel-Aviv/Jaffa met 62% en in Haifa zelfs met 86%! In dezelfde periode bleef het aantal inwoners van steden met vrijwel alleen Arabische inwoners ongeveer gelijk (Hebron en Nabloes plus 7%) of krompen zelfs (Gaza min 2%).

  2. In afwijking van het normale streven om vluchtelingen na een conflict terug te laten keren naar hun oorspronkelijke woonplaats, is dat voor de Palestijnen niet gebeurd. Dit had gekund, de Arabieren die niet vertrokken zijn uit Israel vanwege de oorlog, zijn niet vervolgd maar zijn er blijven wonen en Israelisch staatsburger geworden.(Dit in tegenstelling tot de Joden die in de Westbank en Oost-Jeruzalem woonden, die werden met veel geweld gedwongen te vertrekken.)De terugkeer van de Arabieren naar hun woonplaatsen in Israel werd echter tegen gehouden door de Arabische leiding. Het Arabisch Hoger Commando verklaarde: “Het is ondenkbaar dat de vluchtelingen terug gaan. Het zou een eerste stap zijn in de richting van Arabische erkenning van de staat van Israel.”
  3. Zoals bovenstaand gememoreerd is – als terugkeer niet kan – de volgende oplossing die voor een vluchtelingenprobleem wordt gezocht de hervestiging in een ander land. Ook dat is voor de Palestijnen niet gedaan, eveneens om politieke redenen. Palestijnen mochten en mogen niet integreren in andere landen. Integendeel, ze werden daar door de Arabische regeringen opgesloten in kampen, met name in de Gazastrook, de Westbank, Libanon en Jordanie.Anno 2010 worden ze in Libanon nog steeds als tweederangs burger beschouwd. De ruim vierhonderdduizend Palestijnen in Libanon mogen bijvoorbeeld geen huizen of grond kopen, mogen bepaalde beroepen niet uitoefenen (zoals advocaat, arts en ingenieur), ze worden structureel onderbetaald, waardoor meer dan de helft van hen onder de armoedegrens leeft en ze moeten opeengepakt in hun kampen blijven wonen. Ze mogen zeker geen Libanees worden, al zijn zij, hun ouders of zelfs hun grootouders er geboren.Maar het kan nog gekker, ook Palestijnse ‘vluchtelingen’ die onder Palestijnse autonomie op de Westbank en Gaza leven, mogen zich niet vrij vestigen. Ook zij moeten in hun kampen opgesloten blijven van de eigen Palestijnse regering. Die wil hun daar houden als politiek drukmiddel, ‘in afwachting van hun terugkeer naar Israel’. Zelfs zij zijn ze dus tweederangs burger, in hun eigen gemeenschap.Berucht is bijvoorbeeld het vluchtelingenkamp Balata op de Westelijke Jordaanoever. Door de bevolkingsgroei leven daar steeds meer Palestijnen (inmiddels 30.000), opgesloten op een vierkante kilometer. Het is daardoor een van de dichtstbevolkte plaatsen ter wereld. De bewoners mogen echter niet buiten het kamp gaan wonen of huizen bouwen. Ze mogen niet stemmen bij lokale verkiezingen. De kinderen mogen niet buiten het kamp naar school.
  4. Balata vluchtelingenkamp
    Balata vluchtelingenkampIn plaats van ze op te sluiten was herhuisvesting in Arabische landen een logische optie. Destijds in 1948 waren er immers tegelijkertijd nog meer Joden die vanuit Arabische landen naar Israel vluchten (bijna een miljoen). Zij ontvluchtten de pogroms die in reactie op de stichting van de staat Israel georganiseerd werden. Wat was logischer geweest om de Palestijnen te herhuisvesten in de door de Joden verlaten woningen in die Arabische landen? Zo een bevolkingsuitruil is bij vele andere vluchtelingenproblemen ook een oplossing geweest, bijvoorbeeld na het conflict tussen India en Pakistan dat ook in 1948 plaats vond.
  5. Palestijnen vallen als enigen niet onder de gewone VN-vluchtelingenorganisatie, de UNHCR, maar hebben een eigen VN-organisatie, het Ondersteuning en Werk Agentschap van de Verenigde Naties (Engelse afkorting UNRWA). Dat werkt alleen voor Palestijnen. Dit is nodig omdat de Palestijnen in hun kampen moeten blijven, nu al ruim zestig jaar. Verder hebben ze nog een eigen solidariteitsdag bij de Verenigde Naties, twee eigen voorlichtingsdepartementen enz. enz.De UNRWA zorgt voor de Palestijnen in de vluchtelingenkampen. Zij voorziet in onder meer het onderwijs en medische en sociale voorzieningen. Voor deze bijstand heeft het een jaarlijks budget van 1,2 miljard dollar (2009). De Europese Unie betaalt daarvan 233 miljoen dollar, met Nederland als een van de grootste gevers.

De conclusie kan niet anders zijn dan dat het Palestijnse vluchtelingenprobleem volkomen kunstmatig gecreëerd is.

Als het probleem behandeld was als alle andere vluchtelingenproblemen, met de normale criteria, dan was er maar een fractie van het huidige aantal geweest.

En het probleem was allang opgelost, hetzij door terugkeer, hetzij door herhuisvesting.

Dat is echter niet gebeurd, door druk van de Arabische wereld. De rekening van dit probleem wordt echter niet al jaren door de Arabische wereld betaald, die komt vooral bij ons in het westen terecht.

Maar de echte verliezers, dat zijn de Palestijnen zelf. Zij worden door de Arabische wereld gedwongen tot een triest bestaan: gediscrimineerd en opgesloten in kampen.

Zoals de Syrische oud-premier Khalid al-Azm in zijn memoires schrijft: “Wij hebben eerst er voor gezocht dat ze vertrokken. We hebben hen ontheemd en ze vervolgens tot voortdurende bedelaars gemaakt.”

Zo worden ze al generaties lang, tot op de dag van vandaag, cynisch ingezet als politiek wapen tegen Israel.

 

Gerelateerd:

 

-- Reacties gesloten.