• Zondag, 30 April 2017
  • 4 Iyyar, 5777

Likoed Nederland

Israëlische Arabieren willen niet in Palestijnse staat wonen

Woensdag, Januari 15, 2014 / Last Modified: Zaterdag, Januari 18, 2014

Door Tommy Müller en Ryan Jones, Israel Today.

Achmed Tibi

De Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman heeft voorgesteld, enkele overwegend Arabische steden in Israël over te dragen aan een toekomstige Palestijnse Staat, en in ruil de grote Joodse blokken nederzettingen in Israël te integreren.

Het lijkt een win-win situatie voor alle betrokkenen. Israël hoeft geen honderdduizenden Joden uit hun huizen te verdrijven, en honderdduizenden Arabieren zouden eindelijk vrij zijn van het ‘onderdrukkende racisme’ waaronder zij momenteel leven.

Maar de betreffende Arabieren verzetten zich fel tegen dit voorstel. Ze zijn Palestijnen met Israëlisch staatsburgerschap, en dat willen ze ook blijven.

Arabieren vormen ongeveer een vijfde van de bevolking van Israël. Wie een Israëlisch paspoort heeft, heeft recht op sociale zekerheid, kan gebruik maken van ruime educatieve mogelijkheden, geniet vrijheid van godsdienst, van meningsuiting en om te reizen. Allemaal voordelen die deze Arabieren niet willen opgeven voor een onzekere toekomst onder een Palestijnse regering, die islamistische is (Gaza) of corrupt (Judea en Samaria).

Revia Mahajna, een advocaat uit de regio Wadi Ara in het noorden van Israël, vindt het geen probleem om Palestijn te zijn en in Israël te blijven. ‘Historisch gezien woon ik op Palestijns grondgebied dat toebehoorde aan mijn voorouders voordat de Staat Israël werd opgericht. Anderzijds heb ik een Israëlische identiteitskaart. Ik leef als Palestijn in Israël, net als andere Palestijnen in Canada of Duitsland leven’.

Adal Mahajna , een Arabische verzekeringsagent, zegt: ‘Ook wanneer we onszelf Palestijnen noemen, geeft de meerderheid van ons er de voorkeur aan, in Israël te blijven’.

Andere Palestijnen noemden Liebermans voorstel voor een landruil zelfs racistisch: ‘Een groot deel van de Arabische bevolking zal nooit instemmen met het opgeven van het Israëlisch staatsburgerschap’. Bovendien zou een landruil de betrokken personen afsnijden van hun familieleden, vrienden en kennissen in de Israëlische steden: ‘Dat zou een opstand veroorzaken’.

Ook een groot deel van de Arabische bevolking in Oost-Jeruzalem zeggen anoniem liever onder Israëlische regering te leven. Maar wie zoiets openlijk zegt, moet rekening houden met ernstige represailles door de Palestijnse leiders.
Of de bevolking in Oost-Jeruzalem in de toekomst bij een Palestijnse staat wil behoren, speelt in het huidige debat geen rol; er zijn geen enquêtes of stemmingen gepland.

Arabische leden van de Israëlische Knesset, die zich nadrukkelijk ‘Palestijn’ laten noemen, en die regelmatig de Joodse Staat van racisme beschuldigen, zeggen nu zeer beslist dat zij geen burgers van een nieuwe Palestijnse Staat willen worden.

Het is merkwaardig, dat luidruchtige parlementariërs zoals Achmad Tibi (foto) woedend hebben gereageerd op het voorstel en dit onaanvaardbaar hebben genoemd. Tenzij Tibi en zijn soortgenoten steeds hebben gelogen, en het leven voor Arabieren in Israël helemaal niet zo slecht is. Waarom ander zou Tibi de mogelijkheid afwijzen om burger te worden van een Staat in oprichting, waarvoor hij zo lang heeft gepleit?

Als Tibi en de meeste andere Arabieren echt liever in Israël wonen dan in een toekomstige Palestijnse Staat, dan ‘moeten ze werken aan integratie in Israël, en niet aan afscheiding van Israël’, zoals de Arabische journalist Khaled Abu Toameh schreef.

-- Reacties gesloten.