• Vrijdag, 21 Juli 2017
  • 27 Tammuz, 5777

Likoed Nederland

Is Israël nog centraal voor niet-Israëli’s?

Woensdag, Oktober 1, 1997 / Last Modified: Maandag, December 26, 2011

door dr. Henriëtte Boas, artikel in ‘Het beloofde land, rosj hasjana 1997.

 

Onder de vraag ‘Is Israël nog centraal voor niet-Israëli’s?’ vat ik naar aanleiding van honderd jaar zionisme een aantal gedachten samen die de laatste weken bij verschillende gelegenheden bij mij zijn opgekomen. Onder niet-Israëli’s versta ik zowel Joden als niet-Joden.

Het antwoord op deze vraag moet helaas negatief luiden. Paradoxalerwijze echter wordt vaak nog steeds de fictie gehandhaafd dat dit wel het geval is, en in vele gevallen ten nadele van Israël.

 

Israël centraal voor niet-joden?

Wat de niet-Joden betreft: op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, die op 16 september 1997 opnieuw in New York is begonnen, zal ongetwijfeld wel weer een resolutie worden aangenomen die Israël veroordeelt, met grote meerderheid van stemmen, waaronder vele van landen die nauwelijks met Israël en de situatie daar bekend zijn en er verder ook weinig belangstelling voor hebben.

Wat Nederland betreft: de Troonrede, die dezelfde dag werd uitgesproken en een half uur in beslag nam, bevatte slechts één enkele korte alinea over het Midden-Oosten, namelijk:

“Het vredesproces in het Midden-Oosten verkeert in een ernstige impasse. De (Nederlandse) regering veroordeelt alle vormen van geweld en terreur. Het respecteren van de vredesakkoorden en van het internationale recht is essentieel voor het herstel van het vertrouwen tussen Israëli’s en Palestijnen.”

Op deze formulering is overigens niets aan te merken, maar zij is weinig zeggend. Zij bevat overigens betrekkelijk weinig over het buitenland, voornamelijk over de Europese Unie en het Verdrag van Amsterdam, Bosnië-Herzegowina en het deelnemen van de Nederlandse krijgsmacht aan vredesoperaties.

In de talloze beschouwingen over de Troonrede en over de Miljoenennota speelde de buitenlandse politiek vrijwel geen rol, en het Midden-Oosten nog minder.

Vrijwel alle beschouwingen waren geheel gewijd aan binnenlandse aangelegenheden, zoals trouwens niet anders te verwachten was.

Dit is des te opvallender omdat Israël in de nieuwsmedia nog steeds een zeer belangrijke plaats inneemt, en voornamelijk met kritische commentaren.

Zo werd op alweer op dezelfde zestiende september in de Nederlandse en buitenlandse nieuwsmedia veel aandacht besteed aan het betrekken door drie joodse gezinnen (in de nieuwsmedia steevast “kolonisten” en/of “krakers” genoemd, wat zij zeker niet zijn) van twee gebouwen in de wijk Ras al-Amoed in Oost-Jeruzalem. Deze zijn door een Amerikaanse Jood van de oorspronkelijke Arabische eigenaar gekocht.

Dit was inderdaad volgens mij weinig gelukkig en zelfs provocerend. De vraag is echter of dit als wereldnieuws kan worden beschouwd, of dat dit het vredesproces werkelijk in gevaar brengt.

Nog altijd is er ruim een dozijn correspondenten voor Nederlandse nieuwsmedia in Israël werkzaam, zowel joden als niet-joden, meer dan in alle andere landen van het Midden-Oosten samen, en ook meer dan in enig ander land, met uitzondering van de Verenigde Staten. Bovendien houden zich regelmatig commentatoren in Nederland met Israël bezig, eveneens voornamelijk negatief. Zo werd buitensporig veel aandacht besteed aan het bezoek van de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken, mrs. Albright, aan Israël teneinde het vredesproces weer op gang te brengen, en aan het mislukken van haar missie. Zo bevatte De Volkskrant van 16 september zowel een redactioneel commentaar hierover als een bijdrage van de thans in Amman gevestigde medewerker Jan Keulen. Het commentaar beschrijft onder andere dat het resultaat van haar missie “om te huilen” is en dat de stapjes waartoe Netanjahoe zich bereid heeft verklaard miniem zijn. Het beste zou zijn als de Amerikanen op basis van de beginselen van Oslo met een concreet uitgewerkt plan komen en zich als gespreksleider opwerpen. Jan Keulen schrijft eveneens over Ras al-Amoed, Har Chomah en de tunnel vlakbij de Tempelberg. Hij eindigt:

“Na de reis van Albright wachten de Palestijnen en Arabische landen gespannen af of de regering Clinton met een vredesinitiatief voor het Midden-Oosten komt. Het lijkt de laatste kans voor een vredesproces, dat alleen nog in de intensive care gereanimeerd kan worden.”

 

Israël centraal voor joden?

 

De verkiezingen voor de WZO: Het Zionistische Wereldcongres zal aanstaande december na vier jaar opnieuw in Jeruzalem worden gehouden, met afgevaardigden zowel uit Israël als uit de diaspora (verstrooiing), van wie drie of vier uit Nederland. Het wil de indruk wekken dat de afgevaardigden uit de gola (ballingschap), en door hen de joden in de gola als geheel, even sterk bij Israël betrokken zijn als de Israëli’s zelf.

Het is de vraag of bepaalde groeperingen, evenals het voor de oorlog met de sjekel verkoop in vele landen (die evenwel in de principiële Nederlandse Zionisten Bonden verboden was), het geval was, niet stemmen trekken voor afgevaardigden van joden die overigens nauwelijks zionist zijn en voor wie in elk geval Israël als zodanig niet centraal staat.

 

Het Centrum voor Informatie en Documentatie over Israël: Het CIDI houdt zich, zoals bekend, onder leiding van Ronny Naftaniel tevens bezig met de bestrijding van het antisemitisme. Het heeft thans zelfs een cursus in ‘Weerbaarheid tegen het antisemitisme’ georganiseerd. Afgezien daarvan of het CIDI niet reeds genoeg om handen heeft met zijn eigenlijke taak, waarvoor het is opgericht, en of het antisemitisme in Nederland thans werkelijk verontrustend is, is het weerbaar maken tegen het antisemitisme ook geen zionistisch principe.
Reeds honderd jaar geleden kwam Theodoor Herzl tot de conclusie dat het antisemitisme nu eenmaal nimmer geheel is uit te roeien, en dat het enige antwoord voor hen die hiertegen gewaarborgd willen zijn een eigen staat is.

 

De Abel Herzberg lezingen: Deze jaarlijkse lezing, waarvan de dit jaar gehoudene de achtste dag was, wordt op de derde zondag in september gehouden, ter herdenking van de op 17 september 1893 geboren en in 1989 overleden Abel J. Herzberg, in ‘De Rode Hoed’ aan de Keizersgracht in Amsterdam. Het is een initiatief van de directeur van dit oecumenisch centrum, de ex-priester en dichter Huub Oosterhuis, die Herzberg in de laatste jaren van diens lange leven herhaaldelijk bezocht. Deze achtste jaarlijkse lezing werd door Oosterhuis zelf gegeven, met als co-referent Jan Greven, de hoofdredacteur van het dagblad Trouw. De lezingen worden namelijk gesponsord door De Rode Hoed samen met het protestantse dagblad Trouw, dat de ochtend volgend op de lezing de tekst ervan grotendeels afdrukt. Eerdere lezingen werden gehouden door Arie Kuiper, Tamarah Benima, Andreas Burnier, Marcel Muring, Hedy D’Ancona, Ido Abram en professor Sem Dresden.

Het valt echter te betwijfelen of deze lezingen de persoon van Abel Herzberg recht doen.
Herzberg was tenslotte in de eerste plaats zionist; als student was hij voorzitter van de Nederlandse Zionistische Studenten Organisatie (N.Z.S.O), later mede-oprichter van de Zionistische Joodse Jeugd Federatie (J.J.F.).

Hij was van 1934 tot 1939 voorzitter van het bestuur van de Nederlandse Zionisten Bond (N.Z.B.), in welke kwaliteit zijn redevoeringen bij de opening van de jaarlijkse Algemene Vergadering diepe indruk maakten. Hij had toen, voor zover mij bekend, geen speciale belangstelling voor de religie, noch de joodse noch religie in het algemeen. Hij kreeg die laatste pas in zijn ouderdom. De jaarlijkse Herzberg-lezingen worden overigens grotendeels door een niet-joods publiek bijgewoond.

In zijn lezing stelde Oosterhuis, uitgaand van het door Herzberg op hoge leeftijd geschreven boekje ‘De Aartsvaders’, dat God, in tegenstelling tot wat Karel van ’t Reve en Maarten ’t Hart beweren, niet boosaardig is maar “een vriend, een vader van weduwen en wezen, die het kermen van de verdrukten hoort en de vernederden opheft uit het stof”. Jan Greven had hierover een meer genuanceerde opvatting.

De persoon Abel Herzberg moet niet alleen beoordeeld worden naar zijn allerlaatste jaren, maar naar zijn gehele leven, en speciaal dat in de kracht van zijn jaren. De woorden ‘zionisme’ en ‘Israël’ werden noch door Oosterhuis noch door Greven genoemd.

 

Dreamers and Builders: Het Nieuw Israëlitisch Weekblad (N.I.W.) verdient de grootst mogelijke waardering, zowel voor het speciale katern dat in het nummer van 22 augustus aan honderd jaar zionisme werd gewijd, met tal van belangwekkende artikelen, hoewel een enkele minder gelukkig, als voor het initiatief om een speciale avond met vroege zionistische films te organiseren. Deze vond plaats in De Balie in Amsterdam op woensdagavond 17 september 1997. Aan deze avond was te voren ruimschoots publiciteit gegeven, onder andere in een speciale folder op de N.I.W. kraam op de Amsterdamse Uitmarkt.

Het programma was samengesteld door Janine Beulink, die hiervoor de eveneens op deze avond aanwezige Israëlische filmhistoricus en documentairemaker Yaakov Gross uit Jeruzalem had geraadpleegd, die een inleiding hield. De zaal was goed bezocht, maar niet uitverkocht.

De belangrijkste film, die ruim een uur duurde, was ‘Dreamers and Builders’, een door Gross vervaardigde compilatie van fragmenten van vijf documentaires uit de jaren twintig en begin dertig, van de Israëlische fotograaf en filmer Yaakov ben Dov (1882-1968), van wie eerder in het Joods Historisch Museum een reeks foto’s over het vroege joodse Palestina te zien waren. De huidige film is echter zeer veel uitgebreider en interessanter.

Een voorbespreking van deze en twee korte andere films die eveneens die avond werden getoond, respectievelijk van Nathan Axelrod (1905-1987) en Herman Lerski (1871-1956) uit 1935 begint:

“Propagandafilms zijn per definitie eenduidig: de boodschap moet worden verkocht. En van verkopen hebben joden al sinds mensenheugenis sjoeche. Vanaf de vroege jaren twintig zagen de belangrijkste joodse organisaties in film dan ook een machtig middel om de zionistische boodschap te verspreiden.”

Op ons maakte althans de film van Yaakov ben Dov allerminst de indruk van een propaganda-film, maar als een documentaire, van allerlei belangrijke en sommige minder belangrijke gebeurtenissen in de Jisoew (joodse gemeenschap in Palestina), zoals de aankomst van de eerste Britse Hoge Commissaris, Sir Herbert Samuel, en zijn bezoek aan diverse instellingen, de bruiloft van zijn oudste zoon, Edwin Samuel, prominente personen uit die dagen, zoals de burgemeester van Tel Aviv, Meir Dizengoff, de rector van het Gymnasium Herzliah, Bograsjof, Zeev Jabotinski, Arthur Ruppin, namen die voor velen mogelijk voornamelijk als straatnamen bekend zijn, en ook het harde leven van de chaloetsiem (pioniers) van de Derde Alijah bij het aanleggen van wegen – vooral in Galilea – iets dat alleen de meest idealistische zionistische jongeren kon aantrekken.

Ik kan het dan ook niet eens zijn met een zin uit de nieuwe folder van het N.I.W. dat deze films “een paradijselijk beeld” van het toenmalige Palestina schetsen. Wel is juist dat, zoals de folder zegt, deze beelden “een onuitputtelijke bron van informatie vormen”.

Van deze film is overigens een video-cassette verkrijgbaar, die zeer is aan te bevelen.

 

Algemeen Dagblad: Tenslotte nog iets over een discussie in het Algemeen Dagblad tussen hun correspondent in Israël, Joop Meijers, en de voorzitter van Likoed Nederland, FH.

Meijers, voor zijn alijah voorzitter van de Nederlandse Zionisten Bond had in het Algemeen Dagblad van 30 augustus 1997 in een artikel over honderd jaar zionisme een kritisch geluid doen horen. FH daarentegen betoogt dat het zionisme wel degelijk succesrijk is geweest, en een van de weinige ideologisch-politieke  bewegingen van de twintigste eeuw is die haar doelstellingen heeft gerealiseerd.

Toch mag mijns inziens worden gevraagd of het zionisme nu in de levens van velen nog die centrale plaats inneemt die het vroeger heeft gehad, en waarmee het vroeger de levens van veel joden heeft verrijkt.

-- Reacties gesloten.