• Donderdag, 21 September 2017
  • 1 Tishri, 5778

Likoed Nederland

Werk definitie van antisemitisme

Zondag, Januari 30, 2011 / Last Modified: Zaterdag, Oktober 8, 2016

Het doel van dit document is een praktische handleiding te zijn voor het herkennen van incidenten, het verzamelen van gegevens, en het behulpzaam zijn bij de uitvoering en handhaving van wetgeving met betrekking tot antisemitisme.
Deze definitie is oorspronkelijk vastgesteld door het Europees Bureau voor Fundamentele Rechten (FRA) van de Europese Unie op 16 maart 2005.

In iets gewijzigde vorm, werd het door de International Holocaust Remembrance Alliance op 26 mei 2016 goedgekeurd.
Als zodanig wordt de definitie onderschreven door de regeringen van 31 landen. Deze landen zijn: Argentinië, België, Canada, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Israël, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Roemenië, Servië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten, Zweden, Zwitserland.

Original English version below (originele tekst in Engels hieronder).

 


 

“Antisemitisme is het geven van een bepaald beeld van Joden dat voortvloeit uit haat tegen Joden.

Mondelinge en fysieke uitingen van antisemitisme worden gericht tegen Joden of niet-Joodse personen en/of hun bezittingen, tegen instellingen van de Joodse gemeenschap en tegen Joodse religieuze voorzieningen.”

Dergelijke uitingen kunnen zich ook richten tegen de staat Israël, beschreven als Joods collectief. Echter, kritiek op Israël die overeen komt met die op andere landen kan daarentegen niet als antisemitisch worden aangeduid.

Antisemitisme beschuldigt Joden vaak van samenzweringen om de mensheid te schaden, en het wordt vaak gebruikt om Joden de schuld te geven ‘waarom dingen verkeerd gaan’.

Het wordt uitgedrukt in spraak, tekst, visuele vorm en daden, en het maakt gebruik van sinistere stereotypen en negatieve karaktereigenschappen.

Hedendaagse voorbeelden van antisemitisme in het openbare leven, de media, scholen, de werkplek en in de religieuze omgeving – rekening houdend met de algemene context – kunnen omvatten, maar zijn niet beperkt tot:

  • Het vragen om, dan wel het helpen of het rechtvaardigen van het doden of schaden van Joden, vanuit een radicale ideologie of een extremistische visie op de Joodse religie.
  • Het maken van leugenachtige, ontmenselijkende, demoniserende of stereotiepe beschuldigingen over Joden als zodanig of over de macht van de Joden, zoals – met name maar niet uitsluitend – de mythe over een wereldwijde samenzwering van Joden of het beschuldigen van Joden van het beheersen van de media, de economie, de overheid of andere maatschappelijke instellingen.
  • Het beschuldigen van de Joden dat ze als volk verantwoordelijk zijn voor echte of gefantaseerde wandaden, gepleegd door een Joodse persoon of groep, of zelfs voor daden gepleegd door niet-Joden.
  • De ontkenning van het feit, de reikwijdte, de mechanismen (bijvoorbeeld de gaskamers) of bedoeling van de genocide van het Joodse volk door nationaal-socialistisch Duitsland en haar aanhangers en medeplichtigen tijdens de Tweede Wereldoorlog (de Holocaust).
  • Het beschuldigen van de Joden als volk – of van Israël als staat – van het verzinnen of overdrijven van de Holocaust.
  • Het beschuldigen van Joodse burgers meer loyaal te zijn aan Israël of aan belangen van Joden wereldwijd, dan aan de belangen van hun eigen land.
  • Het ontkennen van het recht op zelfbeschikking van het Joodse volk, bijvoorbeeld door te stellen dat het bestaan van de staat Israël op racisme is gebaseerd.
  • Het meten met twee maten, door een handelswijze te eisen die niet wordt verwacht of geëist van enige andere democratische natie.
  • Het gebruiken van de symbolen en typeringen van het klassieke antisemitisme (bijvoorbeeld het beweren dat de Joden Jezus hebben vermoord of het bloedsprookje) bij het beschrijven van Israël of Israëli’s.
  • De hedendaagse Israelische politiek vergelijken met die van de nazi’s.
  • Joden collectief verantwoordelijk stellen voor de acties van de staat Israël.

Antisemitische daden zijn crimineel als ze als zodanig worden gedefinieerd door de wet (bijvoorbeeld in sommige landen het ontkennen van de Holocaust of de verspreiding van antisemitisch materiaal).

Strafbare feiten zijn antisemitisch wanneer het doelwit van aanslagen, of het nu mensen of goederen betreft – zoals gebouwen, scholen, gebedshuizen en begraafplaatsen, zijn geselecteerd omdat ze Joods zijn, of een Joodse band hebben of lijken te hebben.

Antisemitische discriminatie is het onthouden aan Joden van mogelijkheden of diensten die beschikbaar zijn voor anderen, dit is strafbaar in veel landen.

 


Working definition of antisemitism

This definition was agreed upon by the European Union Agency for Fundamental Rights (FRA) of the European Union on March 16, 2005.
In a slighty changed form, it was adopted by the International Holocaust Remembrance Alliance on May 26, 2016.
As such, it is supported by the governments of 31 countries. These are: Argentina, Austria, Belgium, Canada, Croatia, Czech Republic, Denmark, Estonia, Finland, France, Germany, Greece, Hungary, Ireland, Israel, Italy, Latvia, Lithuania, Luxembourg, The Netherlands, Norway, Poland, Romania, Serbia, Slovakia, Slovenia, Spain, Sweden, Switzerland, United Kingdom, United States.

“Antisemitism is a certain perception of Jews, which may be expressed as hatred toward Jews. Rhetorical and physical manifestations of antisemitism are directed toward Jewish or non-Jewish individuals and/or their property, toward Jewish community institutions and religious facilities.”

To guide IHRA in its work, the following examples may serve as illustrations:

Manifestations might include the targeting of the state of Israel, conceived as a Jewish collectivity. However, criticism of Israel similar to that leveled against any other country cannot be regarded as antisemitic. Antisemitism frequently charges Jews with conspiring to harm humanity, and it is often used to blame Jews for “why things go wrong.” It is expressed in speech, writing, visual forms and action, and employs sinister stereotypes and negative character traits.

Contemporary examples of antisemitism in public life, the media, schools, the workplace, and in the religious sphere could, taking into account the overall context, include, but are not limited to:

  • Calling for, aiding, or justifying the killing or harming of Jews in the name of a radical ideology or an extremist view of religion.
  • Making mendacious, dehumanizing, demonizing, or stereotypical allegations about Jews as such or the power of Jews as collective — such as, especially but not exclusively, the myth about a world Jewish conspiracy or of Jews controlling the media, economy, government or other societal institutions.
  • Accusing Jews as a people of being responsible for real or imagined wrongdoing committed by a single Jewish person or group, or even for acts committed by non-Jews.
  • Denying the fact, scope, mechanisms (e.g. gas chambers) or intentionality of the genocide of the Jewish people at the hands of National Socialist Germany and its supporters and accomplices during World War II (the Holocaust).
  • Accusing the Jews as a people, or Israel as a state, of inventing or exaggerating the Holocaust.
  • Accusing Jewish citizens of being more loyal to Israel, or to the alleged priorities of Jews worldwide, than to the interests of their own nations.
  • Denying the Jewish people their right to self-determination, e.g., by claiming that the existence of a State of Israel is a racist endeavor.
  • Applying double standards by requiring of it a behavior not expected or demanded of any other democratic nation.
  • Using the symbols and images associated with classic antisemitism (e.g., claims of Jews killing Jesus or blood libel) to characterize Israel or Israelis.
  • Drawing comparisons of contemporary Israeli policy to that of the Nazis.
  • Holding Jews collectively responsible for actions of the state of Israel.

Antisemitic acts are criminal when they are so defined by law (for example, denial of the Holocaust or distribution of antisemitic materials in some countries).

Criminal acts are antisemitic when the targets of attacks, whether they are people or property – such as buildings, schools, places of worship and cemeteries – are selected because they are, or are perceived to be, Jewish or linked to Jews.

Antisemitic discrimination is the denial to Jews of opportunities or services available to others and is illegal in many countries.

 

-- Reacties gesloten.