• Donderdag, 27 Juli 2017
  • 4 Av, 5777

Likoed Nederland

De echte Nakba; de Arabische discriminatie van de Palestijnen

Dinsdag, Oktober 25, 2011 / Last Modified: Zondag, Januari 19, 2014

Vertaald en enigszins ingekort artikel van Ben Dror Yemini in Maariv, 14 mei 2011.

 

Palestijnen in Libanon worden al ruim 60 jaar opgeslotenPalestijnen in Libanon worden al ruim 60 jaar opgesloten

In 1959 nam de Arabische Liga Resolutie 1457 aan, die luidt als volgt: “De Arabische landen zullen geen staatsburgerschap verlenen aan aanvragers van Palestijnse origine, om hun assimilatie te voorkomen in de gastlanden”.

Dat is een schokkende resolutie, die diametraal staat op de internationale normen met betrekking tot vluchtelingen in die jaren. Het verhaal begint uiteraard in 1948, toen de Palestijnse ‘Nakba’ zich heeft voorgedaan. Het was ook het begin van het de schuld geven aan Israel van het Arabisch-Israelische conflict, omdat het de Palestijnen verdreven zou hebben en ze daardoor veranderd armzalige stakkers. De media verspreidde deze leugen naar de publieke opinie.

In wezen is het Arabisch-Israelische conflict niet bijzonder.

Ten eerste: de Arabische landen weigerden het VN verdelingsvoorstel en begonnen een vernietingsoorlog tegen de net opgerichte staat Israel. Het is altijd zo dat degene die een oorlog begint – zeker met de intentie tot vernietiging – daar een prijs voor betaalt.

Ten tweede betekenen dit soort oorlogen een bevolking uitwisseling: volgens de meest precieze berekening, die van professor Karsh, tussen de 583.000 en 609.000 Arabieren. De meesten van hen vluchtten, een minderheid werden verdreven als gevolg van de oorlog. Tegelijkertijd werd een groter aantal van ongeveer 850.000 Joden verdreven of zijn gevlucht uit de Arabische landen (de ‘Joodse Nakba’).

Ten derde, dat kwam destijds veel voor. Tientallen andere conflictgebieden veroorzaakten ongeveer 52 miljoen vluchtelingen.

Ten vierde, bevolkingsuitruilen zijn gangbaar bij oprichtingen van nieuwe staten of het uiteenvallen van multinationale staten. De ontheemden en vluchtelingen vinden dan een verblijfsplaats bij hun landgenoten: bijvoorbeeld de etnische Duitsers die verdreven zijn uit Centraal- en Oost-Europa in Duitsland, de Hongaarse vluchtelingen uit Tsjecho-Slowakije in Hongarije, de Oekrainers die werden verdreven uit Polen in Oekraine, enzovoort.

De verwantschap tussen de Arabieren in Palestina en hun buren in Jordanie, Syrie en Libanon, was vergelijkbaar of zelfs groter dan de affiniteit tussen de vele etnische Duitsers met hun land van herkomst Duitsland, na vaak vele generaties van verblijf elders.

Alleen de Arabische landen hebben heel anders gehandeld dan de rest van de wereld. Zij zetten de vluchtelingen apart, ondanks het feit dat zij hun geloofsgenoten waren en mede-Arabieren. Ze institutionaliseerden een stelsel van apartheid, in alle opzichten.

Laten wij dus niet vergeten dat de ‘Nakba’ niet werd veroorzaakt door het vluchtelingenschap, want dat gebeurde tientallen miljoenen mensen. De ‘Nakba’ is het verhaal van de apartheid en uitbuiting van de Arabische vluchtelingen – pas later werden ze ‘Palestijnen’ genoemd – in de Arabische landen.

 

Egypte

Gedurende vele eeuwen was er geen echt onderscheid tussen de inwoners van Egypte en de bewoners van de kustvlakte (onder andere het huidige Israel). Beiden waren moslims en Arabieren die leefde onder de Ottomaanse heerschappij. Veel van de bewoners van Jaffa werden gedefinieerd als Egyptenaren omdat ze gekomen waren in immigratiegolven.

Er waren volgens de bestanden 202.000 vluchtelingen in de Gazastrook. Dit aantal is waarschijnlijk te hoog omdat de plaatselijke armen zich ook lieten inschrijven als vluchteling bij de Verenigde Naties om van de voordelen daarvan te profiteren.

De Gazastrook werd onder Egyptisch bewind vanaf 1948 een gesloten kamp. Het werd bijna onmogelijk om Gaza te verlaten. Strenge beperkingen werden opgelegd aan de inwoners van Gaza, zowel aan de originele bewoners als aan de vluchtelingen, bijvoorbeeld in werkgelegenheid en onderwijs. Iedere avond was er een uitgaansverbod tot het ochtendgloren de volgende dag. Egypte ging ook niet in op het VN voorstel om 150.000 vluchtelingen te hervestigen in Libie, zoals trouwens alle voorstellen tot hervestiging van de vluchtelingen werden geblokkeerd door de Arabische landen.

De vooraanstaande Amerikaanse journalist Martha Gellhorn bracht in 1961 een bezoek aan de vluchtelingenkampen in 1961. Het was niet eenvoudig; Gellhorn beschrijft de bureaucratische lijdensweg bij het verkrijgen van een inreisvisum aan de Gazastrook en de dagen van het wachten in Cairo.

Ze beschrijft ook het “scherpe contrast tussen de beminnelijkheid van de ambtenaren en de antisemitische propaganda die bloeide in Cairo.” Verder schrijft ze: “De Gazastrook lijkt een grote gevangenis. De Egyptische overheid is de bewaker. In 13 jaar (1948-1961) zijn slechts 300 vluchtelingen er in geslaagd om een tijdelijk uitreisvisum te verkrijgen.”

Dit is niet het enige verslag. In een uitzending van radio Jedda in Saoedi-Arabie:

“We zijn ons bewust van de wetten die de Palestijnen verbieden te werken in Egypte. We moeten Cairo vragen wat dat voor IJzeren Gordijn is dat Abdel Nasser en zijn bende hebben gezet rond de Gazastrook en de vluchtelingen. De militaire gouverneur in Gaza heeft elke Arabier verboden om naar Cairo te reizen zonder een militaire vergunning, en die is maar 24 uur geldig. Nasser, die beweert dat hij de voorman is van het Arabische nationalisme, behandelt de Arabieren van Gaza ellendig. Ze sterven van de honger, terwijl de militaire gouverneur en zijn officieren een goed leven hebben in Gaza.”

De slechte behandeling blijkt ook uit de levensverwachting: toen Israel de Gazastrook overnam in 1967 was de levensverwachting er maar 48 jaar. Na slechts twee decennia was de levensverwachting gestegen naar 72 jaar.

Er leefden ook Palestijnse vluchtelingen in Egypte zelf. Velen van hen voelden zichzelf geen Palestijnen en wilden dan ook assimileren. De Egyptenaren hebben dat verhinderd. Zo waren er beperkingen op de aankoop van grond, het uitoefenen van bepaalde beroepen en het verkrijgen van de Egyptische nationaliteit.

 

Jordanie

Wat geldt voor de identificatie en de eenheid tussen de Arabieren van Israel en die in Egypte, geldt vergelijkbaar voor de Arabieren van Jordanie. Zo zijn bijvoorbeeld de bedoeienen van de Majalis stam oorspronkelijk afkomstig uit Hebron. In de tijd van het Ottomaanse Rijk was het ook dezelfde provincie, met als hoofdstad Damascus wijk. Volgens de Balfour verklaring in 1917 zou ook wat nu Jordanie heet ook onderdeel van het Joodse nationale thuisland worden.

De behandeling van de Palestijnse vluchtelingen was vergelijkbaar met die in Egypte:

“We hebben nooit vergeten en we zullen nooit vergeten de aard van dit regime, dat onze eer aantastte en onze menselijke gevoelens vertrapte. Een regime dat was gebaseerd op een inquisitie en op de laarzen van de mensen uit de woestijn. We woonden lange tijd onder de vernedering veroorzaakt door Arabisch nationalisme. Het doet ons pijn om te zeggen dat we moesten wachten op de Israelische verovering [van de Westbank] om ons bewust te worden van normale menselijke relaties.”

[Inwoner van de Westbank in een interview in de Libanese krant Al Hawadith op 23 april 1971]

Net als alle andere Arabische landen heeft Jordanie niets gedaan om de vluchtelingenkampen te ontmantelen. Terwijl Israel bezig was met het absorberen van honderdduizenden vluchtelingen uit de Arabische landen en Europa en daarmee het opheffen van vluchtelingenkampen, deed Jordanie precies het tegenovergestelde en verhinderde dat proces van inburgering.

Ondanks het feit dat de Palestijnse vluchtelingen meer dan 50% van de inwoners van Jordanie uitmaken, krijgen ze slechts 18 zetels van de 110 in het Jordaanse parlement.

Ook heeft in slechts een maand – september 1970 – Jordanie veel meer Palestijnen gedood dan er zijn gevallen in de 43 jaar Israelische heerschappij over de Westbank en Gazastrook.

 

Syrie

Vanaf 1919 leefde in Syrie het idee dat Palestina – net veroverd door de Britten – het zuiden van Syrie was. Er was dan ook massale immigratie vanuit Syrie. Het idee van “groot-Syrie” kwam ook tot uiting in de groeiende betrokkenheid van Syriers in de gevechten om Palestina. De Palestijnse vluchtelingen waren ook geen vreemdelingen, politiek nog religieus of etnisch. Integendeel. Het was logisch geweest als zij opgenomen zouden zijn, hetzelfde wat gebeurde met andere groepen die vluchten naar een gebied waar zij al de etnische en culturele meerderheid vormden.

Echter, tot 1968 mochten ze geen huizen bezitten. Volgens de Syrische wet mogen alle Arabieren het Syrische staatsburgerschap verkrijgen, op voorwaarde van een vaste verblijfplaats en middelen tot levensonderhoud. De Palestijnen zijn de enige Arabieren die buiten deze wet vallen.

Ze hadden al lang Syrier moeten worden. Maar als gevolg van de politieke hersenspoeling blijven ze in Syrie een vreemd element, mijmerend over het ‘recht op terugkeer” en worden ze blijvend in hun tweederangs status gehouden. De meesten werken in laagwaardige beroepen in de dienstensector (41%) en de bouw (27%). Maar niets is zo duidelijk als de situatie in het onderwijs: 23% gaat niet eens naar de basisschool.

 

Libanon

In de Gazastrook hebben de Palestijnen slechts twee decennia moeten lijden, als gevolg van het Egyptisch bewind. In Libanon is de apartheid nog steeds aan deze gang. Het resultaat is armoede, verwaarlozing en een enorme werkloosheid. De situatie verslechterden zelfs in 1969 toen de zeggenschap over de kampen overgeheveld werd naar de vluchtelingen zelf. Terroristische organisaties namen de controle van de kampen over, waardoor die veranderden in een slagveld, als gevolg van gewelddadige confrontaties tussen de verschillende strijdgroepen.

Een nieuwe studie die gepubliceerd werd in december 2010 laat gegevens zien waardoor de Gazastrook een paradijs lijkt in vergelijking met Libanon. De studie genereerde wel wat publiciteit zo hier en daar, maar leidde toch niet tot wereldwijd protest en zelfs niet tot een Turkse of internationale flottielje.

In tegenstelling tot Syrie en Jordanie, leven in Libanon nog tweederde van de Palestijnen in kampen. Het opvallendste gegeven was trouwens dat er wel ongeveer 425.000 vluchtelingen zijn geregistreerd bij UNRWA – de organisatie van de VN speciaal voor Palestijnse vluchtelingen – maar dat uit de studie bleek dat er slechts tussen de 260.000 en 280.000 Palestijnen leven in Libanon. De UNRWA krijgt dus geld voor meer dan 150.000 mensen die helemaal niet in Libanon wonen.

Dat zou toch tot nader onderzoek hebben moeten leiden door de geldverstrekkers (vooral de VS en Europa), maar er is geen kans dat dit zal gebeuren. De kwestie van de vluchtelingen is al beladen met zoveel fouten en leugens dat nog een leugen er bij echt niets meer uitmaakt. En zo krijgt UNRWA van de wereld nog steeds geld voor 425.000 mensen, terwijl op haar eigen website een link staat naar het onderzoek dat aantoont dat dit getal totaal niet klopt.

Volgens de studie is 56% van de vluchtelingen werkloos. Dit is het hoogste percentage, niet alleen onder Palestijnen, maar van de hele Arabische wereld. Degenen die wel werken, doen dat in laaggewaardeerde beroepen. Het resultaat van dit alles is dat 66% van de Palestijnen in Libanon leeft onder de armoedegrens van zes dollar per dag per persoon. Dat is twee keer zo veel als het percentage Libanezen.

Deze droevige situatie is een gevolg van discriminatie, welbewust, op alle terreinen. Een reeks van Libanese wetten beperken het recht op burgerschap, op bezit van onroerend goed en op bepaalde beroepen, zoals juridisch, geneeskundig, journalistiek, enz.

Er is ook regelgeving die het binnenbrengen van bouwmaterialen in de vluchtelingenkampen verbiedt. Israel heeft die ook – gedeeltelijk – in de Gazastrook, daar echter als reactie op het afvuren van raketten. Daar wordt internationaal heftig tegen geprotesteerd. In Libanon vuren de Palestijnen geen raketten af. Maar desondanks levert het totale bouwverbod daar geen protesten op en wordt er geen ‘Apartheid Week’ gehouden tegen Libanon.

 

Koeweit

In 1991 vormden de Palestijnen 30% van de bevolking van het land. Ten opzichte van andere Arabische landen was hun situatie er redelijk. Toen viel Saddam Hoessein Irak binnen, waarbij de PLO, onder leiding van Yasser Arafat, de kant van Saddam Hoessein koos. Die steun leidde tot een van de ergste gebeurtenissen in de Palestijnse geschiedenis. Nadat Koeweit was bevrijd van de Irakese bezetting begon een anti-Palestijnse campagne, inclusief vervolgingen, arrestaties en schijnprocessen.

Het leidde tot de verdrijving van 450.000 Palestijnen. Waarvan sommigen er al sinds de jaren 1930 er woonden, en terwijl de meesten niet achter de steun van Arafat aan Saddam Hoessein stonden. Toch werden ook zij onderworpen aan de collectieve straf, die leidde tot een volksverhuizing van vergelijkbare grootte als de oorspronkelijke Nakba in 1948.

Deze kreeg echter nauwelijks aandacht in de wereldpers. Er zijn wel eindeloos veel wetenschappelijke publicaties over de volksverhuizing in 1948, die zijn er echter nauwelijks over de ‘Nakba’ van 1991.

Andere Arabische landen

Bovenstaand zijn de belangrijkste landen waar de Palestijnse vluchtelingen zich bevinden. Maar de discriminatie is ook alomtegenwoordig in de andere Arabische landen.

In Saoedi-Arabie kunnen de daar wonende Palestijnse vluchtelingen niet de nationaliteit aannemen.

In Irak zijn de Palestijnse vluchtelingen een van de meest vervolgde groepen. Bij de Syrisch-Iraakse grens wonen duizenden gevluchte Palestijnen in tijdelijke kampen, geen enkel Arabisch land wil ze opnemen.

Ook Palestijnen uit Libie – gevlucht door de burgeroorlog – zitten vast bij de grens met Egypte, dat hen de toegang weigert.

Eerder verdreef Moammar Gaddafi 30.000 Palestijnen, simpelweg omdat hij boos was over de Oslo-akkoorden. In 2010 werden nieuwe wetten aangenomen die het leven van de Palestijnen bemoeilijkten. Het was net op het moment dat Libie een ‘humanitaire hulp schip’ stuurde naar de Gazastrook. Hypocrisie kent soms geen grenzen.

 

Arabische broeders

Er is in zijn algemeenheid veel discriminatie en apartheid tegen minderheden in de Arabische wereld. Maar toch is het bij de Palestijnen bijzonder. Want de Kopten in Egypte of de Koerden in Syrie zijn inderdaad minderheden. De Arabieren uit Palestina worden echter beschouwd als behorend tot het Arabische volk, als broeders.

Twee van de symbolen van de Palestijnse strijd zijn geboren in Egypte – Edward Said en Yasser Arafat. Beiden probeerden hun geboorteplaats als Palestina te fabriceren.

Door hun vlucht werden de Palestijnen de meest onderdrukte en geminachte groep. Toch heeft de overgrote meerderheid van de beschrijvingen uit die jaren het over Arabieren, niet over Palestijnen. Zo werden ze pas later genoemd.

De Arabische landen zijn zich welbewust dat hun behandeling van de vluchtelingen uit Palestina schandalig is. Daarom ondertekenden zij in 1965 het ‘Casablanca protocol’, dat er voor moest zorgen dat Palestijnen recht kregen op werk en vrijheid van beweging (maar niet op burgerschap!). Maar net als andere soortgelijke verdragen, heeft het feitelijk niets veranderd. De discriminatie werd voortgezet.

 

Onder Israelisch bestuur

Vergelijkenderwijs waren de Palestijnen onder Israelisch bewind er het beste aan toe – zowel de Israelische Arabieren, die Israelisch staatsburger zijn geworden, als de Arabieren van Gaza en de Westbank. De Palestijnen onder Israelisch bestuur – begonnen in 1967 – kenden een gestage verbetering van hun levensstandaard, werkgelegenheid, gezondheidszorg, levensverwachting, een gigantische daling van de kindersterfte en een enorme groei van het hoger onderwijs.

Zo was er in de door Israel in 1967 veroverde gebieden niet een instelling voor hoger onderwijs. In de jaren 1970 werd de ene na de andere opgericht en er zijn nu 16 instellingen voor hoger onderwijs. De Palestijnen – alleen die onder Israelisch bestuur – zijn de best opgeleide groep in de Arabische wereld geworden.

Hetzelfde geldt in de politiek. Ondanks decennia van politieke onderdrukking na 1948, was het pas onder Israelisch bestuur dat er een Palestijns nationale bewustzijn ontstond. Voor 1967 – twee decennia lang – hadden de Arabieren een Palestijnse staat kunnen realiseren in de Gazastrook en Westbank. Ze deden dat echter niet.

 

Het werkelijke streven

In de afgelopen decennia is telkens de leugen herhaald over de verantwoordelijkheid van Israel voor het lijden van de Palestijnen.

Het klopt dat de Palestijnen geleden hebben onder de volksverhuizing (de meesten vluchtten uit zichzelf, sommigen werden verdreven). Maar, nogmaals, dat gebeurde ook met tientallen miljoenen anderen. Het verschil ligt daarin dat al die andere tientallen miljoenen werden geabsorbeerd door de landen waar zij naar toe gingen.

Dat gebeurde niet met de Palestijnen. Ze werden onderdrukt, uitgebuit en alle rechten ontzegd. Dat was het werk van de Arabische landen die hebben besloten om hun situatie zo te laten. Alle voorstellen om het probleem van de Palestijnen op te lossen en te herhuisvesten zijn steeds afgewezen. De wond moest open blijven, blijven zweren.

Terwijl ook keer op keer de Arabieren zelf hebben beweerd dat de Arabieren een volk zijn. De grenzen tussen de Arabische landen zijn een fictie van de koloniale overheid. Immers, er is geen verschil – etnisch, religieus, cultureel of nationaal – tussen de Arabieren van Egypte, Israel, Syrie of Libanon. Desondanks zijn de Arabische vluchtelingen tot slachtoffer gemaakt door de Arabische wereld.

Het “recht op terugkeer”, een propaganda uitvinding, is uitgegroeid tot de ultieme eis. Daarachter is verborgen slechts een enkele bedoeling: de vernietiging van de staat Israel.

De Egyptische minister van Buitenlandse Zaken, Mohammed Salah al-Din, zei al in 1949 dat de “vraag naar het recht op terugkeer eigenlijk bedoeld was om het doel van vernietiging Israel te bereiken.” Dat is daarna vele malen herbevestigd, tot in de tegenwoordige tijd.

 

Bewuste keuze

Al in 1952 verklaarde Alexander Galloway – een hoge ambtenaar van de VN – dat: “De Arabische landen willen het probleem van de vluchtelingen niet oplossen. Ze willen de wond open laten, als wapen tegen Israel. De Arabische heersers kan het niets schelen of de vluchtelingen leven of sterven.”

De Palestijnse geschiedschrijving laat dit soort uitspraken weg. Net als de ‘Joodse Nakba’; het verhaal van de onteigening en verdrijving van de Joden uit Arabische landen, en net zoals de Arabische discriminatie en apartheid wordt verzwegen.

Maar de waarheid moet worden verteld. Inderdaad, er was een nakba, maar het is een nakba die hoofdzakelijk is voortgekomen uit Arabische discriminatie.

 

Gerelateerd:

-- Reacties gesloten.