• Dinsdag, 25 April 2017
  • 29 Nisan, 5777

Likoed Nederland

Tweede schoolboek van ThiemeMeulenhoff boordevol fouten

Woensdag, September 16, 2015 / Last Modified: Woensdag, December 23, 2015

Persbericht Likoed Nederland, 16 september 2015.

Arm en rijk

39 bewezen onjuistheden over Israël in VWO-aardrijkskundeboek.

Opnieuw zijn er tientallen fouten ontdekt in een ThiemeMeulenhoff onderwijsuitgave voor VWO-scholieren.
Het aardrijkskundeboek ‘GEO VWO Arm en rijk’ bevat in de twaalf pagina’s die over Israël gaan, 39 bewezen onjuistheden.

Vorige week ontdekte Likoed Nederland in een VWO-geschiedenisboek ruim veertig fouten, waarvan er een aantal zelfs antisemitisch is.
De uitgeverij wilde hiervan maar vier feiten gedeeltelijk in een volgende editie corrigeren.

Dat in twee boeken van uitgeverij ThiemeMeulenhoff zeer veel expliciete fouten staan, die er simpelweg uitgehaald kunnen worden door erkende bronnen op internet te raadplegen, laat zien dat het met de kwaliteitscontrole bij de uitgeverij zeer slecht is gesteld.

Het is onthutsend dat VWO-scholieren in het Nederlands onderwijs leren om met foute antwoorden te komen op onderwijsvragen.
En deze fouten vallen in het nadeel van Israël uit, juist in een tijd van oplopend antisemitisme.

Terecht vraagt het CIDI (het Centrum Informatie en Documentatie Israël) de Staatssecretaris van Onderwijs, Sander Dekker, dan ook om op te treden tegen dit soort schoolboeken vol met leugens en halve waarheden.
Want ook dit aardrijkskundeboek hoort met deze inhoud niet in het Nederlandse onderwijs thuis.

 

Uitgeverij corrigeert nauwelijks

Likoed heeft de 39 bevindingen in deze uitgave niet voorgelegd aan de uitgeverij ThiemeMeulenhoff, vanwege de bedroevende ervaringen daarmee bij het eerder nagekeken geschiedenisboek.
De auteurs gaven daarbij toe dat veel beweringen niet klopten of tendentieus waren, maar bleken slechts bereid tot vier geringe aanpassingen.

Likoeds ervaring met andere uitgevers van schoolboeken is heel anders. Al eerder constateerde Likoed Nederland onjuistheden over het water in Israël in schoolboeken van Malmberg en Noordhoff. Die uitgevers zegden direct toe deze onjuistheden te corrigeren.

7 van de 39 fouten als voorbeeld

1. Dat de Joden het delingsplan van de Verenigde Naties in 1947 weigerden. (#4 in de lijst onder de strepen)
Fout: Dit deden de Arabieren, de Joden accepteerden het.

2. Dat de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog in 1949 was. #6
Fout: Die begon in 1948, en fisigde vroeg in 1949.

3. Dat ook de gebieden die Israël in 1948 veroverde, worden aangeduid als ‘bezette gebieden’. #11
Fout: Alleen de gebieden die in 1967 werden veroverd, werden als ‘bezette gebieden’ aangeduid.

4. Dat Israël een tekort aan water heeft. #12
Fout: Het tegendeel is het geval, Israël exporteert zelfs water.

5. Dat de bouw van nederzettingen verboden is volgens de Oslo-akkoorden. #10
Fout: De Oslo-akkoorden bevatten zelfs geen enkele bepaling over de nederzettingen.

6. Dat Israël het internationaal recht over water schendt. #32
Fout: Er bestaat zelfs geen bindend internationaal recht over water.

7. Dat Israël officieel erkende grenzen heeft van voor 1967. #19
Fout: Israël heeft geen internationaal erkende grenzen, zoals VN resolutie 242 uit 1967 vaststelde.

 


Geconstateerde fouten, vertekeningen en onvolledigheden in
Geo VWO Arm en rijk
Voor het VWO, vierde druk, uitgever ThiemeMeulenhoff

Auteur: J.H. Bulthuis.
ISBN 9789006436303

1. “De Joodse bevolkingsgroep nam echter snel toe door een aantal immigratiegolven.” (bladzijde 81)
Dit is een halve waarheid, de tekst zou moeten luiden: de totale bevolking nam snel toe door immigratie.
De joodse inspanningen creëerden enorme werkgelegenheid en vooruitgang op medisch gebied, waaronder de bestrijding van ziektes als malaria. De levensstandaard van Palestijnse Arabieren verdubbelde hierdoor tussen 1920 en 1937. Deze werd veel hoger dan die van de Arabieren in de omliggende landen. De kindersterfte halveerde.
Arabieren uit omliggend gebied trokken dan ook massaal naar het Britse Mandaatgebied om van deze vooruitgang te profiteren.
Wetenschapper Sergio Della Pergola concludeert in zijn demografische studie ‘Israele e Palestina: la forza dei numeri’ dan ook: “Zoals de demografische data aantonen, woonden de meeste moslims in het jaar 1948, toen Israël werd gesticht, minder dan 60 jaar in het Britse Mandaatgebied.”

2. “Voor de Arabieren pakte de verdeling slecht uit. Hun was namelijk bij eerdere conferenties meer land toegezegd dan ze uiteindelijk kregen.” (bladzijde 82)
Dit is onjuist.
Sterker nog, de leider van de Arabieren, emir Faisal, de latere koning van Irak, bood de Joden zelfs een groter gebied aan in 1919.
Overigens wordt nogal misleidend de situatie in 1923 als uitgangspunt genomen. Dit was niet de volkenrechtelijke uitgangssituatie, zoals bepaald door de Volkerenbond. In de uitgangssituatie maakte ook het grondgebied van het huidige Jordanië deel uit van het Mandaatgebied Palestina – en dus van de toezegging voor een Joods Nationaal Tehuis. Zo wordt weggelaten dat de Arabieren al driekwart van Palestina gekregen hebben.

3. “Rijke Joden kochten land op van Arabische grootgrondbezitters, die hun pachtboeren met lege handen lieten staan. Geen wonder dat de spanningen tussen de nieuwkomers en de Arabische bevolking opliepen.” (bladzijde 82)
Dit is een halve waarheid; de pachtboeren werden namelijk wel gecompenseerd, maar door de Joden.
Dit is trouwens een oude aantijging, die al in 1937 door de Britse onderzoekscomvie Peel weerlegd is. Die constateerde al dat – hoewel daartoe geen enkele juridische verplichting bestond – de Arabische pachtboeren door de Joden gecompenseerd werden.
De meeste aangekochte grond was trouwens daarvoor nog niet ontgonnen. Dat constateerde de commissie Peel ook:

“Veel van het land dat nu vol staat met sinaasappelbomen, was daarvoor zandduinen of moeras en onbebouwd toen het werd gekocht …. er waren ten tijde van de verkoop weinig indicaties dat de toenmalige eigenaren de middelen of de kennis bezaten die nodig waren om de grond te ontwikkelen.”

De Joodse investeringen creëerden juist veel nieuwe werkgelegenheid, zie ook punt 1.
Overigens staat het feit dat de Joden juist ongebruikt land ontwikkelden, vermeld op bladzijde 84: “De Joodse immigranten … stichtten nederzettingen en zetten ruig terrein om in cultuurgrond.” Het boek spreekt zichzelf dus tegen.

4. “Na de Tweede Wereldoorlog besloten de Verenigde Naties het gebied op te splitsen in een Arabische en Joodse staat, beide onder de hoede van de VN. Dit accepteerden de Joden niet.” (bladzijde 82)
Onzin, de Joden accepteerden het en de Arabieren weigerden, zoals zelfs het ThiemeMeulenhoff geschiedenisboek stelt.

5. “Voor de Palestijnen waren de druiven zuur. Ze waren bang dat ze in het nieuwe Israël tweederangs burgers zouden worden en ze piekerden er niet over om de nieuwbakken staat te erkennen. Ook de omringende Arabische staten waren dat niet van plan en in 1949 brak er oorlog uit.” (bladzijde 82)
Onjuist. Al in november 1947 startten Palestijnse bendes ondersteund door Arabische militairen met terreuraanslagen. De Arabische landen vielen in mei 1948 voluit aan.
Overigens was de belangrijkste reden dat de Palestijnse leiding vond dat christenen of joden geen land dat ooit ‘islamitisch’ is, mogen regeren. Dat gaven de Palestijnse leiders al in 1937 als reden op, toen de Britten voor het eerst de tweestatenoplossing onderzochten. Geen centimeter mocht door Joden bestuurd worden. Vandaar dat groepen als Hamas en Islamitische Staat streven naar de ‘bevrijding’ van Israël, Spanje, Griekenland, Slovenië enz. Dat is vastgelegd in het Handvest van Hamas. De meerderheid van de Palestijnen heeft op Hamas gestemd:
“Palestina is islamitisch Wakf-land, bedoeld voor moslims tot de Dag des Oordeels. Dit geldt voor Palestina en alle andere landen die de moslims met geweld veroverden, want hierdoor zijn deze landen geheiligd voor moslimgeneraties tot het einde der dagen.” (artikel 11)
Triest dat net als in het geschiedenisboek van ThiemeMeulenhoff deze islamitisch geïnspireerde hoofdoorzaak van het Arabisch-Israëlische conflict ongenoemd blijft – waardoor scholieren hier onwetend van blijven.

6. “…. in 1949 brak er oorlog uit.” (bladzijde 82)
De oorlog ‘brak niet uit’, maar begon door de aanval van negen Arabische legers op Israël.

7. “Honderdduizenden Palestijnen vluchtten en strandden in Libanon en Syrië.” (bladzijde 82)
Merkwaardig genoeg wordt het veel grotere aantal Joodse vluchtelingen (ongeveer 900.000) uit de Arabische landen in het boek van ThiemeMeulenhoff niet vermeld. Die werden wel geïntegreerd in hun nieuwe thuisland Israël, nadat ze vaak al hun bezittingen in Irak, Egypte, Algerije, Marokko et cetera hadden moeten achterlaten.
Net als trouwens de tien maal zo grote vluchtelingenstromen uit de gelijktijdige creatie van Pakistan – circa zeven miljoen hindoe’s en zeven miljoen islamitische vluchtelingen. En het klopt ook niet dat de meeste Palestijnen naar Libanon en Syrië vluchtten, dat moet zijn naar de Westbank, Gaza en Jordanië. Dit straat trouwens wel vermeld op bladzijde 84 (“Zo bedraagt het aantal Palestijnen in Jordanië nu ruim drie miljoen”), dus dit boek spreekt zichzelf tegen.
De plek van opvang is belangrijk, want de Westbank, Gaza en Jordanië waren allemaal delen van het voormalige Mandaatgebied Palestina. Zij vluchtten dus binnen hetzelfde gebied – waardoor zij volgens de gangbare internationale definitie formeel niet als vluchteling zijn te beschouwen. Dat zijn alleen vluchtelingen die naar het buitenland vluchten.

8. “Vanaf het uitroepen van de staat Israël bleek dat het territorium niet duidelijk viel af te bakenen. De Arabische wereld bleef de nieuwe grenzen betwisten.” (bladzijde 82)
Een wel heel erg eufemistische verwoording voor het feit dat de Arabische wereld Israël wilde vernietigen en dat met oorlogen in 1967 en 1973 ook probeerde.

9. “Conferentie in Oslo brengt een akkoord over Palestijns zelfbestuur. Erkenning van de staat Israël binnen de Groene Lijn.” (bladzijde 83)
Onjuist, in de Oslo akkoorden staat juist dat de definitieve grenzen later vastgesteld zullen worden.

10. ” Erkenning van de staat Israël binnen de Groene Lijn, mits de stichting van Joodse nederzettingen stopt.” (bladzijde 83)
Onjuist, de Oslo-akkoorden bevatten geen bepalingen over de bouw van nederzettingen.

11. “Als gevolg van de oorlogen in 1949 en 1967 breidde Israël zijn grondgebied met ongeveer een vijfde deel uit. Op deze manier ontstonden de zogenoemde bezette gebieden.” (bladzijde 83)
ThiemeMeulenhoff noemt dus ook een gedeelte van Israël binnen de wapenstilstandslijnen van 1949 ‘bezet gebied’. Dat doen verder alleen moslimextremisten.
Overigens hebben de Palestijnen in 1995 zelfbestuur gekregen, zoals ook op deze pagina (zie punt 9) wordt vermeld. Daarmee leeft 98% van de Palestijnen onder zelfbestuur. Die gebieden worden nu door Nederland officieel aangeduid als ‘autonome Palestijnse gebieden’.

12. “En nog belangrijker: de bezette gebieden verlenen toegang tot belangrijke waterbronnen. Israël heeft zelf een dreigend tekort aan drinkwater en water voor de landbouw.” (bladzijde 83)
Onjuist, Israël heeft een wateroverschot. Vanwege het grote overschot heeft de Israëlische regering in 2014 besloten dat de zeewater-ontziltingsfabrieken op slechts 70% van hun capaciteit mogen draaien. Desondanks exporteert Israël zelfs steeds meer water, zoals aan Jordanië.
Verder Israël is wereldkampioen in zuinig omgaan met water. Sinds 1948 steeg de agrarische productie zestienvoudig en de industriële productie vijftigvoudig. Het waterverbruik nam juist met 10% af.
Voeg daaraan toe dat in Israël al 70% van het water gerecycled wordt – drie keer zo veel als welk ander land ter wereld dan ook – waardoor Israël nauwelijks meer afhankelijk is van water uit de natuur; door regenval of uit rivieren. En het water van de Westbank of de Golan dus helemaal niet nodig heeft.

13. “Bij de bouw van deze metershoge betonnen muur …. ” (bladzijde 83)
De veiligheidsbarrière bestaat voor slechts circa 5% uit een muur. Alleen daar waar schutters Israëlische woningen bij het hek onder vuur zouden kunnen nemen, is er een muur van gemaakt.

14. “Bij de bouw van deze metershoge betonnen muur werd de grens vaak naar het oosten verlegd.” (bladzijde 83)
Zie punt 7, in de Oslo akkoorden is bepaald dat de definitieve grenzen nog in onderling overleg tussen Israël en de Palestijnen bepaald zullen worden. Het hek loopt uitsluitend door gebied waar Israël volgens de Oslo-akkoorden rechtmatig het bestuur uitoefent.

15. “Daarbij werd op veel plekken grond van de Palestijnen onteigend en raakten huizen en boerderijen beschadigd.” (bladzijde 83)
Er ontbreekt dat Israël – uiteraard – de eventuele schade en de waarde van particulier grondbezit vergoed.

16. “En ook hier speelt water weer een rol: zo kwamen belangrijke waterbronnen op Joods grondgebied te liggen.” (bladzijde 83)
ThiemeMeulenhoff bedoelt hier waarschijnlijk ‘Israëlisch’ grondgebied: in Israël is 20% van de bevolking Arabisch. Die Arabieren participeren trouwens volop in de Israëlische maatschappij. Zo is een van de hoogste rechters van Israël, Salim Joubran, een Arabier, en was de Arabier Majalli Wahabi in 2007 kortstondig president van de staat Israël.

17. “En ook hier speelt water weer een rol: zo kwamen belangrijke waterbronnen op Joods grondgebied te liggen.” (bladzijde 83)
Ons is niets bekend van belangrijke waterbronnen die ten westen van de wapenstilstandslijnen van 1949 liggen en ten oosten van het veiligheidshek. Wij zijn erg benieuwd naar de opgave daarvan van ThiemeMeulenhoff.
En waar het waterverbruik per inwoner in 1967 onder Israëli’s ruim vijf keer zo veel was dan onder Palestijnen, is dat momenteel zo ongeveer gelijk (150 en 140 kubieke meter per jaar). Israël steelt geen water van de Palestijnen, maar levert juist water, volgens de gesloten vredesakkoorden. Israël levert zelfs ongeveer veel meer dan wat daarin is afgesproken.

18. “Hoewel deze [bezette] gebieden niet als blijvend deel van Israël kunnen worden gezien, bouwden Joodse kolonisten hier steeds nieuwe nederzettingen.” (bladzijde 84)
Zie punt 9, de grenzen dienen volgens de Oslo-akkoorden nog bepaald te worden. Ook de bepalende resolutie van de VN hierover, resolutie 242 uit 1967, voorziet grenscorrecties.
In de onderhandelingen over een definitief vredesverdrag blijkt voor een behoorlijk deel al overeenstemming bereikt over de verdeling. Dat bleek uit uitgelekte documenten, de zogenaamde Palileaks.
Israël zal enkele procenten van de Westbank houden, in ruil voor gebied elders. Het gaat dan om gebieden waar vrijwel alleen Joden wonen – en meestal al voor 1948 woonden, voor ze werden verdreven door de Arabische legers. De bekendste voorbeelden zijn het gebied ‘Gush Etzion’ ten zuiden van Jeruzalem en de al eeuwenoude Joodse wijk met de Klaagmuur in de oude stad van Jeruzalem.
De Verenigde Staten hebben dit bevestigd in 2004, als tegenprestatie voor de Israëlische terugtrekking uit Gaza. Deze toezegging van president Bush kreeg overweldigende steun in het Amerikaanse parlement; in de Senaat was de stemming 95 voor, 3 tegen en het Huis van Afgevaardigden 407 voor en 9 tegen. President Bush schreef op 14 april 2004:

“De VS bevestigen hun standvastige steun voor Israëls veiligheid, inclusief veilige, verdedigbare grenzen, en om te zorgen dat Israël in staat blijft zich te verdedigen, op eigen kracht, tegen welke dreiging of combinatie van dreigingen dan ook. In het licht van nieuwe realiteiten op de grond, inclusief reeds bestaande grote Israëlische bevolkingscentra, is het niet realistisch te verwachten dat de uitkomst van de finale-status onderhandelingen zal bestaan uit een volledige terugkeer naar de bestandslijn van 1949.”

19. “… de zogenaamde Groene Lijn, de grenslijn van Israël zoals vastgelegd voor 1967.” (bladzijde 84)
Zie punt 18, de wapenstilstandslijnen zijn nooit vastgelegd of internationaal erkend als grenzen. Aanvullend vermelden wij de tekst uit de Wapenstilstandsovereenkomst tussen Jordanië en Israël uit 1949 (voor de wapenstilstanden met de andere Arabische landen geldt hetzelfde). Die bepaalt uitdrukkelijk dat het slechts gaat om een wapenstilstandslijn, die niet:

“mag worden uitgelegd als het aantasten van rechten, in welke zin dan ook, van een ultieme politieke overeenkomst tussen de partijen. De wapenstilstand-scheidslijnen … worden overeengekomen door de partijen, zonder van invloed te zullen zijn op toekomstige territoriale overeenkomsten of grenslijnen of claims van beide partijen die daarop betrekking hebben.”

De Arabische staten hebben er destijds juist bewust vanaf gezien om die wapenstilstandslijnen als grenzen te erkennen. Dit vanwege hun onwil om de legitimiteit van Israël te accepteren.

20. “De oplossing ligt volgens velen in het stichten van een zelfstandige Palestijnse staat. Arabische extremisten gaat dat niet ver genoeg. Ze wensen de opheffing van de staat Israël.” (bladzijde 84)
Een overgrote meerderheid van de Palestijnen wenst de opheffing van Israël. Bijvoorbeeld volgens een zeer recente opiniepeiling zegt 81 procent van de Palestijnen op de Westbank dat ‘het hele historische Palestina’ Palestijns gebied is waar de Joden geen recht op hebben. In Gaza is dat 88 procent. Waarom vermeldt het boek niet dat 84% van de Palestijnen als extremisten beschouwd moeten worden, volgens de in dit boek gehanteerde definitie daarvan? Dat zouden de scholieren leren waarom vrede zo moeilijk te bereiken is.

21. “Israël heeft een chronisch tekort aan water.” (bladzijde 85)
Onzin, zie punt 12.

22. “Het grote probleem is dat het land een groot deel van zijn waterbehoefte dekt met water uit de bezette gebieden. …. Bovendien vinden de daar wonende Arabieren het onrechtvaardig dat ‘hun’ water wordt afgetapt om Israëlische akkers en gazons mee te bevloeien en badkuipen en zwembaden mee te vullen.” (bladzijde 85)
Israël heeft als waterbronnen de Jordaan, het meer van Galilea, de waterontzilting en het grondwater.
De Palestijnen zeggen dat het grondwater vooral afkomstig is door regenval op de heuvels van de Westbank, dat naar de Israëlische kustvlakte stroomt (zowel bovengronds als ondergronds). Dat kan zo zijn, maar water stroomt altijd van hoog naar laag. Dat kan Israël onmogelijk verweten worden. Net zo min als dat water dat de Palestijnen zelf niet opvangen, toch ‘Palestijns’ zou blijven. Overigens hebben de Palestijnen net zo goed zwembaden.

23. “De Westelijke Bergaquifer levert water van prima kwaliteit. Tachtig procent wordt door Israëlische burgers en kolonisten gebruikt, twintig procent blijft over voor de bewoners van het bergland zelf. Het lijkt op het rijden op een kameel in een woestijn, zonder bij de watervoorraad in de bulten van het dier te kunnen.” (bladzijde 87)
Er wordt gedaan of de Palestijnen een watertekort zouden hebben. Dit is onjuist. Per hoofd van de bevolking wordt aan Israëli’s en Palestijnen ongeveer dezelfde hoeveelheid water geleverd.

24. “De Joodse kolonisten op de Westelijke Jordaanoever beschikken maar over een klein deel (6%) van de totale oppervlakte cultuurgrond. Maar bij de Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever worden negen van de tien hectaren landbouwgrond geïrrigeerd, terwijl dit bij de Palestijnen één op de veertig hectaren is.” (bladzijde 87)
Ook hier zit weer de onjuiste suggestie in dat er een ongelijke waterverdeling zou zijn. Dit is onjuist. Zoals het boek van ThiemeMeulenhoff zelf twee bladzijden eerder uitlegt, komt het verschil in verbruik door de verschillende landbouwmethoden. De intensievere landbouw van de Israëli’s geeft een hogere productie, waarmee de aankoop van meer water rendabel is.

25. “Behalve dat hun watervoorziening strikt beperkt wordt …. (bladzijde 87)
Onjuist, zie punt 23.

26. “…. Betalen de Palestijnse boeren veel meer geld voor een kubieke meter dan hun Joodse collega’s.” (bladzijde 87)
De Palestijnen betalen niet meer, maar zelfs iets minder. Zie eerdere punten.

27. “De Palestijnen klagen steen en been over de waterschaarste en de in hun ogen onrechtvaardige verdeling van water.” (bladzijde 87)
Dat zij klagen, betekent niet dat zij gelijk hebben. De Palestijnen zeggen zo veel. In een schoolboek moeten feiten staan. En die zijn dat het water niet schaars is of onrechtvaardig verdeeld, zie eerder.

28. “De Israëlische Waterautoriteit zegt daarentegen dat de droogte in de Palestijnse Gebieden komt door klimaatverandering en slecht Palestijns leiderschap en stelt dat de rijkeren onder hen zichzelf prima voorzien van water, ten koste van de kleine man.” (bladzijde 87)
Hier wordt de feiten van de Israëlische Waterautoriteit verminkt weergegeven. De Israëlische Waterautoriteit stelt dat de Palestijnen zich niet houden aan hun verplichtingen uit de Oslo-akkoorden voor goed waterbeheer. Dit staat nergens in het boek. Het gaat om het tegengaan van putten die voor verzilting zorgen, het recyclen van water, het onderhoud van waterleidingen. Waardoor ongezuiverd afvalwater wegstroomt, ten nadele van zowel Israëli’s als Palestijnen. En door het achterstallig onderhoud van leidingen valt soms de waterdruk weg, dat is de oorzaak dat er in bepaalde gebieden soms geen water uit de Palestijnse kranen stroomt. In Gaza lekt zelfs wel 40% van het water weg uit de leidingen door achterstallig onderhoud. Het metaal wordt door Hamas ingezet om raketten te fabriceren.
Ook zal de Israëlische Waterautoriteit niet gezegd hebben dat rijke Palestijnen zichzelf kunnen redden ten koste van arme Palestijnen. Er zal gezegd zijn dat water wel betaald moet worden, en dat armen daar minder geld voor hebben. Dat is een feit – overal ter wereld.
Overigens zijn de Palestijnen op de Westbank een stuk welvarender dan de Arabieren in de omliggende landen – dankzij de internationale hulpgelden en goedbetalende Israëlische werkgelegenheid.

Ook wordt niet vermeld dat het juist aan de Israëli’s te danken is dat de meeste Palestijnen beschikken over een waterleiding. In de twintig jaar tussen 1972 en 1992 onder Israëlisch bestuur steeg het percentage huizen met waterleiding op de Westbank van 24% naar 79% en in de Gazastrook van 14% naar 93%. Onder het Arabische bewind daarvoor gebeurde dat dus niet, en onder het huidige bestuur van de Palestijnse Autoriteit verslechtert de situatie weer – door het achterwege blijven van investeringen.
De eigen verantwoordelijkheid van de Palestijnen voor de waterproblematiek mag dus wel meer onder de aandacht gebracht worden dan door deze ene bovenstaande, vage zin.

Waterzuivering
Het niet zuiveren van het afvalwater door de Palestijnen levert grote gezondheidsproblemen, voor zowel Palestijnen als Israëli’s. Zo is het Palestijnse rioolwater besmet met polio. Deze ziekte is terug in de Arabische landen, omdat de Nigeriaanse moslimfundamentalist Ibrahim Datti Ahmed zegt dat het vaccinatieprogramma een Westerse samenzwering is om islamitische kinderen onvruchtbaar te laten worden. Daardoor herleefde de ziekte en verspreidt zich door islamitische bedevaarten naar Mekka weer over alle islamitische landen, en via het afvalwater dus ook naar Israël.
Israël is daarom bezig om het water bij de grens op te vangen en te zuiveren. Het is blijkbaar teveel gevraagd om van de Palestijnse autoriteiten te verwachten dat zij hun autonome gebied schoon houden. Sterker nog, zij hinderen Israël daarbij, zoals in 2013 bleek toen het Nederlandse bedrijf Haskoning een waterzuiveringsinstallatie bij Jeruzalem zou aanleggen. Door druk vanuit de Palestijnse Autoriteit trok het bedrijf zich uit het project terug.

De Palestijnse autoriteiten hebben helaas andere prioriteiten. Zo worden in de Gazastrook water- en rioolpijpen gebruikt om raketten te fabriceren. Daardoor overstroomt het riool geregeld. Dat was de oorzaak dat in 2007 bijvoorbeeld vijf Palestijnen omkwamen, waaronder twee baby’s.

Watervoorziening
Wat betreft de watervoorziening zijn er vanuit de Palestijnen gezien politieke redenen om afhankelijk te blijven van Israël. Al jaren zijn er plannen van organisaties voor ontwikkelingshulp om ontziltingsinstallaties te bouwen in de Gazastrook. Die plannen werden jarenlang tegengehouden omdat de Palestijnse leiding niet wilde dat Israëlische bedrijven zouden mogen inschrijven op de aanbesteding. Maar verder kan het project ook niet op goedkeuring rekenen. Tientallen Palestijnse organisaties hebben het project veroordeeld en voeren er actie tegen. Daaronder zijn veel Palestijnse ‘mensenrechtenorganisaties’ en zelfs de Raad van Kerken voor het Midden-Oosten. Waarom men tegen goed drinkwater voor de inwoners van Gaza is? Omdat het “de bezetting helpt” en “Gaza verder isoleert”.
U leest het goed, deze organisaties willen ten koste van alles de afhankelijkheid ten opzichte van Israël in stand houden, omdat Israël anders de schuld niet meer kan krijgen van alles wat er mis gaat in Gaza. Dat de gewone Palestijn daar onder moet lijden, blijkt volledig ondergeschikt.

En het geld dat buitenlandse gevers ter beschikking stellen, wordt niet gebruikt om de watersituatie te verbeteren. Zes procent van de Palestijnse begroting wordt liever ingezet voor het betalen van salarissen aan terroristen. Dat heeft blijkbaar een veel hogere prioriteit bij de Palestijnen.

29. “De Israëli’s zijn bang dat onder Palestijns beheer ook de kwaliteit van het water achteruit zal gaan.” (bladzijde 87).
Helaas wordt niet uitgelegd waarom dit een terechte verwachting is, wat toch essentiële informatie is bij dit onderwerp. De reden is dat de Palestijnen de grondwaterbekkens onder hun autonome gebieden door mismanagement hebben laten verzilten, zie punt 28. Zonder een verband met deze opmerking te leggen, staat het een bladzijde verder wel min of meer over Gaza. Over de Westbank wordt het niet vermeld.
Het zou trouwens interessant zijn om dit in een breder verband te plaatsen; het speelt in meer Arabische landen. Jemen is een berucht voorbeeld.
Vandaar dat Israël ondanks de reeds bestaande overcapaciteit nog meer ontziltingsfabrieken bouwt. Israël wil haar afhankelijkheid van het – door de Palestijnen steeds meer vervuilde – grondwater verder verminderen.

30. “Tot nu toe wordt hun waterconsumptie [van de Palestijnen] beperkt door strenge rantsoenering en een hoge waterprijs.” (bladzijde 87)
Onjuist, zie punten 26 en 28.

31. “Op beschietingen en raketaanvallen vanuit Gaza reageert Israël door de stroomtoevoer af te sluiten. Daardoor is er niet genoeg energie voor het oppompen van zoet water en voor het reinigen van afvalwater. Omdat het waterleidingbedrijf nauwelijks levert, zijn tienduizenden bewoners aangewezen op straatverkopers. Deze mensen verkopen voor veel geld ongezuiverd en brak water.” (bladzijde 88)
Het is bevreemdend om de oorlogsmisdaad van de beschietingen op de Israëlische burgerbevolking alleen te beschrijven vanuit het effect op de waterprijzen voor sommige Palestijnen. Het klopt trouwens ook niet, afsluiting gebeurt niet geregeld – alleen incidenteel onder echte oorlogsomstandigheden, en is overigens volledig volgens het internationaal oorlogsrecht.
Dat er soms geen stroom is, komt veel vaker doordat het Fatah bewind op de Westbank weigert om de brandstof te betalen voor de elektriciteitscentrale van het Hamas bewind in Gaza. Daar heeft Israël niets mee te maken.

32. “Op grond van internationaal recht zouden de Palestijnen in de bezette gebieden meer water moeten krijgen. De Israëli’s beroepen zich echter op historische rechten en ze vinden dat die zwaarder wegen dan de eisen van de Palestijnen, die voor een deel vroeger ergens anders woonden. Geen wonder dat dit leidt tot spanningen.” (bladzijde 88)
Er bestaat geen bindend internationaal recht over waterverdeling.
De Oslo-akkoorden vormen wel bindend recht hierin, waarbij Israël veel meer levert dan het daarin verplicht is. Feit is dat Israël de Palestijnen juist van schoon drinkwater voorziet. De Palestijnen doen zelf weinig tot niets – of werken zelfs tegen en schenden juist het internationaal recht, in de vorm van de internationaal gegarandeerde vredesverdragen, zie punt 28.

33. “Waardoor is er een watertekort in Israël?” (bladzijde 89)
Er is geen watertekort, zie punt 12.

34. “Uit het oogpunt van de watervoorziening had Israël er – ondanks hevig verzet van honderden kolonisten – in 2005 niet al te veel moeite mee om de bezetting van het dichtbevolkte Gaza op te heffen en het bestuur ervan over te dragen aan de Palestijnse Autoriteit. Waarom is Gaza vanuit het oogpunt van waterlevering voor Israël niet interessant?” (bladzijde 89)
Nogmaals, de waterbronnen spelen geen rol in het conflict tussen de Palestijnen en Israël.

35. “Tabel 18 Waterbronnen.” (bladzijde 91)
De grote productie – 600 miljoen kubieke meter per jaar – van de Israëlische ontziltingsfabrieken wordt niet vermeld.

36. “De scheidingsmuur roept onder de Palestijnse bevolking uiteraard veel weestand op.” (bladzijde 92)
Zie punt 13, het is voor circa 95% een hek. Als de Palestijnen eerlijk zouden zijn, zouden zij moeten toegeven dat het hek ook de Palestijnen ten goede komt. Doordat de zware terreuraanslagen met circa 90% afnamen, hoeft Israël minder contraterreur operaties uit te voeren. En doordat de terreur is afgenomen, zijn bijna alle wegversperringen opgeheven en zijn de toeristen terug gekomen, ook tot voordeel van de Palestijnen.

37. “Veel Palestijnen werken in Israël en verliezen veel tijd door controles, en doordat ze moeten omrijden om bij een doorlaatpost te komen voor ze verder kunnen rijden.” (bladzijde 92)
Niet vermeld wordt dat de Palestijnen dit aan zichzelf te wijten hebben, door hun golf van (zelfmoord)aanslagen. Israël had liever ook geen hek gebouwd; het is ook voor Israëli’s beperkend en het heeft miljarden gekost.

38. “Erger nog is dat sommige Palestijnen zijn afgesloten van twee onmisbare hulpbronnen.” (bladzijde 92)
Blijkbaar worden hier land en water bedoeld. Het water wordt echter nog steeds geleverd door Israël, en voor wat betreft het land zegt het boek zelf nota bene in de zin hiervoor (punt 33) dat ze alleen moeten omrijden. Het boek spreekt zichzelf dus tegen.

39. “Welk belang heeft Israël erbij om water dat schaars en duur is aan de bewoners van de Gazastrook te leveren?” (bladzijde 92)
Water is niet schaars of duur, zie voorgaande punten. En wat bedoelt de auteur hier te insinueren?

NB Eerder constateerde Likoed Nederland soortgelijke onjuistheden over het water in Israël in schoolboeken van Malmberg en Noordhoff. Die uitgevers zegden direct toe die onjuistheden te corrigeren.
NB 2. Een gedeelte van bovenstaande informatie komt uit onderstaande artikelen, die voorzien zijn van vele bronvermeldingen:

-- Reacties gesloten.